OFF GRID SUPPLY · KENNIS & ADVIES
Hoeveel vermogen en capaciteit heb ik nodig?
Watt en wattuur lijken op elkaar, maar beantwoorden twee verschillende vragen. Watt vertelt hoeveel vermogen een powerstation kan leveren. Wattuur vertelt hoeveel energie er in de batterij is opgeslagen. Als je dat onderscheid helder hebt, kun je veel gerichter vergelijken en zie je waarom een krachtig model niet vanzelf de langste gebruiksduur heeft.
Vermogen: wat kan er tegelijk aan?
Het uitgangsvermogen wordt uitgedrukt in watt, afgekort W. Een apparaat dat 800 W nodig heeft, vraagt op dat moment dat vermogen van de voeding. Gebruik je tegelijkertijd een tweede apparaat van 200 W, dan is de gezamenlijke vraag 1.000 W. Voor de keuze kijk je naar het continue vermogen van de betreffende uitgang en eventuele gezamenlijke grenzen.
Meerdere stopcontacten betekenen niet dat ieder stopcontact onafhankelijk het volledige opgegeven vermogen kan leveren. Het totaal wordt doorgaans gedeeld. USB- en DC-uitgangen kunnen bovendien eigen vermogensgrenzen hebben. De specificaties laten zien hoe die verdeling bij het model is ingericht.
Capaciteit: hoeveel energie is er beschikbaar?
De batterijcapaciteit wordt meestal aangegeven in Wh. Duizend Wh is één kWh. Een accu van 1.024 Wh heeft dus nominaal iets meer dan één kWh energie-inhoud. Die waarde is een bruikbaar startpunt voor de gebruiksduur, maar niet precies gelijk aan de energie die via het stopcontact bij je apparaten aankomt.
De omzetting naar 230 V kost energie en het powerstation gebruikt zelf ook stroom. Verder kunnen ingestelde reserves, temperatuur en batterijconditie de uitkomst beïnvloeden. Daarom werken we bij een gebruiksduurvoorbeeld met expliciete aannames, in plaats van de nominale capaciteit zonder meer door het apparaatvermogen te delen.
Een kort gebruik kan veel vermogen vragen
Stel dat een waterkoker gemiddeld 1.500 W vraagt en zes minuten aanstaat. Zes minuten is een tiende uur, dus het energiegebruik is 1.500 × 0,1 = 150 Wh. Een laptop die zes uur gemiddeld 50 W gebruikt, komt op 300 Wh.
Het powerstation moet voor de waterkoker een veel krachtigere uitgang hebben. Voor de laptop is in dit voorbeeld juist meer energie nodig. Dat verklaart waarom alleen vragen of een batterij groot genoeg is niet volstaat: hij moet zowel de belasting aankunnen als voldoende energie meenemen.
Piekvermogen en speciale vermogensstanden
Een motor of compressor kan bij het starten tijdelijk meer vermogen vragen dan tijdens normaal draaien. Daarom vermelden fabrikanten soms een piekvermogen. Daarbij zijn ook de duur en het soort belasting belangrijk. Twee apparaten met hetzelfde normale verbruik kunnen bij het inschakelen heel verschillend reageren.
Sommige merken bieden een speciale modus voor bepaalde zwaardere verbruikers. Die kan bijvoorbeeld met een aangepaste uitgangsspanning werken. Dat is iets anders dan het opgegeven continue vermogen onder normale omstandigheden. Voor de vergelijking van modellen blijft het nominale uitgangsvermogen daarom het duidelijke uitgangspunt.
Van apparatenlijst naar energiebehoefte
Een bruikbare berekening bevat per apparaat het gemiddelde vermogen en de gebruiksduur. Vermenigvuldig die waarden en tel de uitkomsten op. Een koelapparaat dat afwisselend draait en pauzeert vraagt een ander gemiddelde dan de waarde op het typeplaatje doet vermoeden. Een energiemeter kan het verbruik over een representatieve dag laten zien.
Onderstaande fictieve werkdag illustreert de aanpak. Het totaal van 400 Wh is het verbruik van de apparaten, nog zonder verliezen en eigen verbruik van het powerstation. Het is dus een ondergrens voor de energie die de batterij moet kunnen leveren.
Een uitgebreider voorbeeld staat bij gebruiksduur berekenen.
Rekenvoorbeeld: apparaten tijdens een werkdag
| Apparaat | Gemiddeld vermogen | Gebruiksduur | Energie |
|---|---|---|---|
| Laptop | 50 W | 6 uur | 300 Wh |
| Verlichting | 10 W | 4 uur | 40 Wh |
| Router | 10 W | 6 uur | 60 Wh |
| Totaal van deze aannames | — | — | 400 Wh |
Ook het laadvermogen telt
Het uitgangsvermogen zegt wat naar je apparaten kan; het ingangsvermogen zegt hoe snel energie kan worden aangevuld. Een powerstation kan bijvoorbeeld een hoog AC-laadvermogen hebben, terwijl laden via de autoaansluiting veel langzamer gaat. Dat zijn verschillende ingangen met verschillende mogelijkheden.
Bij zonnepanelen spelen ook spannings- en stroomgrenzen mee. Een groter paneelvermogen geeft niet automatisch een hogere laadsnelheid wanneer de ingang die energie niet kan verwerken. Door ingang én uitgang mee te nemen, kies je een systeem dat past bij de hele gebruiksdag.
Veelgestelde vragen
Is 1.000 W hetzelfde als 1.000 Wh?
Nee. 1.000 W is vermogen op een bepaald moment. 1.000 Wh is een hoeveelheid energie, bijvoorbeeld het theoretische verbruik van 1.000 W gedurende één uur. In de praktijk komen daar bij een powerstation verliezen en eigen verbruik bij.
Kan een 1.024 Wh-powerstation een apparaat van 2.000 W voeden?
Dat hangt af van het uitgangsvermogen. Sommige modellen combineren ongeveer 1 kWh opslag met een 2.000W-uitgang. Als het apparaat geschikt is en binnen de grenzen blijft, kan het werken, maar bij dat hoge verbruik is de batterij relatief snel leeg.
Moet ik alle wattages optellen?
Voor het benodigde vermogen tel je apparaten op die tegelijk werken. Voor de benodigde energie neem je daarnaast per apparaat de werkelijke gebruiksduur mee. Zo maak je onderscheid tussen een kortstondige piek en het verbruik over een hele dag.
Verder lezen en vergelijken
Welk powerstation past bij mij?
Opladen thuis, onderweg en met zon
Alle power stations